Text Size

IMG 4231


LZoals jullie weten word er vaak een beroep gedaan op mijn culinaire inzichten en vaardigheden. Na mijn 2e uitgave van 'Het handboek van binnenhalers' in Puerto Rico krijg ik steeds vragen om verschillende toko's te beoordelen. Zo ook van het all inclusive restaurant De blauwe olijf elite Hieronder ziet u het horrorverslag wat ik gemaakt heb.

De eerste avond in het all-inclusive resort voelde als een belofte. Zwoele lucht, een zacht briesje, en een buffet dat zich uitstrekte als een eindeloze zee van mogelijkheden. Glanzende schalen, dampende gerechten, kleurrijke salades—het leek alsof ik in een culinaire droom was beland.

Die droom duurde precies tot ik mijn eerste bord wilde opscheppen.

Voor me stond een man die zich gedroeg alsof hij auditie deed voor een culinaire survivalshow. Hij had al een bord in zijn hand, maar dat weerhield hem er niet van om van élke schaal een hapje te nemen—niet opscheppen, maar gewoon proeven. Met dezelfde lepel. Hij boog zich lichtjes voorover, hapte, knikte goedkeurend, en ging door naar de volgende schaal. Mijn eetlust kreeg een eerste deuk.

Achter me groeide de rij gestaag. Mensen begonnen te zuchten. Een vrouw tikte ongeduldig met haar tang tegen een metalen schaal, alsof dat het proces zou versnellen. Maar de man ging onverstoorbaar verder. Tegen de tijd dat hij klaar was, had hij waarschijnlijk meer gegeten dan een gemiddeld voorgerecht.

Toen ik eindelijk aan de beurt was, bleek het eten… lauw. Niet koud genoeg om te klagen, maar ook niet warm genoeg om van te genieten. De pasta plakte een beetje, de frietjes waren slap, en het vlees had die typische “ik-lig-al-een-uur-in-een-warmhoudbak”-smaak. Ik haalde mijn schouders op—het was tenslotte all-inclusive, geen sterrenrestaurant.

Met mijn bord zocht ik een tafel. Dat bleek een tweede uitdaging. Overal stonden halfvolle glazen en borden die duidelijk al een tijdje verlaten waren. Sommige tafels waren “gereserveerd” met een handdoek, een zonnebril of zelfs een boek. Mensen claimden hun plek alsof het strandstoelen waren.

 

Uiteindelijk vond ik een plekje naast een gezin met twee jonge kinderen. De kinderen zaten roerloos voor zich uit te staren, elk met een iPad op tafel. Hun vingers gleden automatisch over het scherm terwijl ze af en toe gedachteloos een hap namen. Geen gesprek, geen gelach—alleen het zachte getik van digitale spelletjes. Hun ouders aten zwijgend, alsof dit de normaalste zaak van de wereld was.

Aan de andere kant van de zaal brak plots een luid gelach uit. Een groep jongeren had duidelijk besloten dat het buffet hun persoonlijke feestlocatie was. Ze praatten hard, lachten nog harder, en gooiden met woorden en geluid alsof stilte verboden was. Stoelen schoven, glazen tikten, en af en toe klonk er een overdreven “broooo!” door de ruimte. De sfeer verschoof van ontspannen diner naar rumoerige kantine.

Net toen ik een hap wilde nemen, zag ik haar.

Een vrouw—stevig gebouwd, met een vastberaden blik—kwam aanlopen met niet één, niet twee, maar drie volle borden. Ze balanceerde ze met verrassende vaardigheid en plofte neer aan een tafel vlakbij. Haar vierde bord volgde vijf minuten later. Niemand keek er echt van op, maar het was moeilijk om het niet te zien. Ze at met een soort focus die bijna bewonderenswaardig was. Ze had ongetwijfeld  de hoogste voedsel amplitude op haar bord.Alsof dit haar missie was, haar moment.

Aan een andere tafel speelde zich een ander tafereel af. Een stel had hun borden zo volgeschept dat de inhoud nauwelijks in balans bleef. Ze namen een paar happen, keken elkaar aan, en duwden de rest van het eten weg. Halve borden bleven achter—onaangeroerd, verspild. Even later stonden ze alweer bij het buffet, klaar voor ronde twee.

Het contrast was bijna absurd.

En dan waren er nog de mensen die… hoe zeg je dat netjes… onbeschoft aten. Smakken, slurpen, praten met volle mond. Bestek dat tegen tanden tikte, sauzen die over kin en tafelrand liepen. Het was alsof alle tafelmanieren collectief op vakantie waren gegaan.

Bij het dessertbuffet werd het niet beter. De rij was lang, en mensen begonnen te dringen. Een man probeerde zich langs me heen te wurmen met een mompelend “sorry”, maar zonder echt te wachten op toestemming.

Een kind reikte met zijn handen naar de chocoladefontein en werd nét op tijd tegengehouden door een vermoeide ouder.

Ik keek naar de kleine bordjes met labels bij de desserts. Of beter gezegd: naar de plekken waar labels hadden moeten staan. Was dit tiramisu? Of iets met yoghurt? En zat er alcohol in? Geen idee. Het werd een gok.

Met mijn toetje in de hand liep ik terug naar mijn tafel, terwijl ik om me heen keek. Het buffet was nog steeds indrukwekkend. De keuze was enorm, de kleuren verleidelijk. Maar de ervaring… die was iets anders.

Ik begon te begrijpen dat een all-inclusive buffet minder gaat over eten en meer over mensen. Over gedrag. Over hoe we ons gedragen als er geen grenzen lijken te zijn—geen prijs per gerecht, geen duidelijke limiet. Sommigen worden gulzig, anderen ongeduldig, weer anderen achteloos.

Toch zat er ook iets fascinerends in.

De man die van alles een hapje nam, de vrouw met vier borden, de jongeren die de ruimte vulden met hun energie—ze maakten allemaal deel uit van een soort levend theater. Chaotisch, soms irritant, maar ook… menselijk.

 

Ik nam een hap van mijn dessert. Het was verrassend lekker.

Misschien, dacht ik, is dat de truc. Niet focussen op wat er misgaat, maar op de kleine momenten die wél werken. De ene goede hap. Het ene rustige plekje. De ene glimlach van een ober die zich dapper door de drukte heen werkt.

Aan het eind van de avond liep ik langs het buffet, dat langzaam werd afgeruimd. Schalen werden vervangen, kruimels weggeveegd, en de chaos maakte plaats voor stilte.

Morgen, wist ik, zou het allemaal opnieuw beginnen. De rijen, de drukte, de ergernissen.

Maar misschien ook weer die ene perfecte hap

 
Pin It