Text Size

 

 

1 Sjon  sjon Hee Puerto Rico". werd ons toegeschreeuwd toen we het vliegtuig naar Gran Canaria instapten. Het was Sjon met zijn vrouw, ze zaten op de eerste rij. Hoewel Sjon al zeventig was, zag hij er nog patent uit met zijn opgeschoren koppie. Zijn tatoes en zijn macho uitstraling. Ik verdenk hem van het "Kleine mannetjes syndroom" Sjon met zijn vrouw komen al meer dan 30 jaar, iedere winter naar Puerto Rico. In de pikorde van de Nederlandse kolonie stonden ze onbedreigd bovenaan. Met gepaste eerbied en zijn status in acht nemend zei ik : " Hé Sjon, ik dacht dat jij allang op Gran Canaria zat". De pikorde werd namelijk bepaald door hoeveel jaar je al in Puerto Rico bent geweest, hoeveel weken of maanden je verbleef, of je dagelijks de Telegraaf las en wist hoe slecht het weer in Holland was. Sjon antwoordde onverstoord: " Nee, we komen altijd begin december aan tot april/mei, en jullie"? vroeg hij om de juiste verhoudingen even aan te stippen.

sjon strandWij maar vijf weken, zei ik mijn plaats kennend. "Nou dat is toch ook niet verkeerd", zei Sjon bemoedigend, als een trotse vader wiens zoontje de eerste stappen zet. Oké, Sjon we zien je nog wel. Sjon was inderdaad nauwelijks over het hoofd te zien. Hij zit steevast iedere dag, als een poortwachter op het hoekje van de laatste rij stoelen bij de ingang van het strand van Puerto Rico, Zijn ogen gaan speurend rond naar Hollanders, die zijn status zouden kunnen bevestigen. In tegenstelling tot de mindere goden, die s ochtends hun handdoeken leggen op de eerste rij, om daarbij de beste plaatsen voor de hele dag te claimen, zat Sjon met zijn vrouw helemaal achteraan dicht bij de tap en de WC. In de tien jaar dat we er komen hebben we nooit kunnen ontdekken, dat zijn vrouw kon praten, ze kon alleen verheerlijkt naar Sjon kijken en lachen om wat hij nu weer zei. Als we ons plichtmatige praatje over het weer in Holland en het nieuws uit de Telegraaf uitgewisseld hebben, mochten we doorlopen en genieten van een heerlijke zonnige dag aan het strand