Op vakantie besloot ik eindelijk eens modern te doen. “Zelfscankassa,” zei mijn vrouw. “Dat is veel sneller.”
Dat bleek achteraf een uitspraak te zijn die ongeveer even betrouwbaar was als een weersverwachting voor over drie weken.
Bij de ingang kreeg ik een scanner in mijn hand gedrukt. Het apparaat piepte enthousiast. Dat had ik als waarschuwing moeten zien.
Het eerste artikel was een brood. Piep.
Mooi.
Het tweede artikel wilde niet piepen.
Ik draaide het brood om.
Nog eens.
Ondersteboven.
Niets.
Een vriendelijke medewerker kwam aangesneld.
“U scant het brood.”
“Dat is ook precies mijn bedoeling.”
“Nee,” zei ze geduldig, “u scant steeds uw eigen duim.”
Dat verklaarde waarom het apparaat inmiddels vond dat ik vier kilogram biologische vingers had gekocht.
Na enige correcties vervolgde ik mijn ronde.
Bij de groenteafdeling ontdekte ik dat bananen zonder barcode worden gewogen.
Het scherm vroeg welk soort banaan ik had.
Ik wist niet dat er kennelijk een complete bananenstamboom bestond.
Gewone banaan.
Biologische banaan.
Mini-banaan.
Kookbanaan.
Fairtrade.
Extra Fairtrade.
Ik koos de enige logische optie: “Overige.”
Het systeem antwoordde dat “Overige” tijdelijk niet beschikbaar was.
Achter mij groeide een rij wachtenden die mij begon aan te kijken alsof ik persoonlijk verantwoordelijk was voor de wereldwijde bananencrisis.
Eindelijk bereikte ik de zelfscankassa.
“Plaats uw artikelen in het aflegvak.”
Dat deed ik.
“Onverwacht artikel in aflegvak.”
Ik haalde het artikel eruit.
“Verwijderd artikel.”
Ik legde het terug.
“Onverwacht artikel.”
Ik begon een vermoeden te krijgen dat het apparaat en ik een fundamenteel verschillende kijk op de werkelijkheid hadden.
Opnieuw verscheen de medewerker.
Ze glimlachte.
Dat was geen gewone glimlach.
Dat was de glimlach van iemand die vandaag al drieënveertig keer hetzelfde gesprek had gevoerd.
“Probeert u het nog maar eens.”
Dat deed ik.
Het apparaat zweeg even.
Daarna verscheen in grote letters:
HULP IS ONDERWEG.
Binnen enkele seconden stonden er twee medewerkers.
Ik voelde mij plotseling een medisch noodgeval.
De een keek naar het scherm.
De ander keek naar mijn winkelwagen.
“Hoe hebt u dit voor elkaar gekregen?”
Ik keek eerlijk verbaasd.
“Ik dacht dat ik gewoon boodschappen deed.”
Na een kwartier intensief overleg bleek dat ik volgens de computer had gekocht:
- drie winkelwagens;
- achtentwintig bananen;
- twee zakken hondenvoer;
- een campingstoel;
- en een kinderstep.
Ik had geen hond.
Geen kinderen.
En ik was op de fiets.
De medewerkers kregen de administratie weer op orde.
Ik mocht eindelijk afrekenen.
Toen verscheen de laatste vraag.
Wilt u de kassabon per e-mail ontvangen?
Ik drukte opgelucht op “Ja”.
Het apparaat piepte tevreden.
“Printerstoring.”
Sommige computers hebben blijkbaar gevoel voor humor.